Iedere wijn zijn eigen glas

  • Geplaatst op
  • Door Koen van der Plas
  • Geplaatst in Riedel, Wijnglazen
  • 3
Iedere wijn zijn eigen glas

Glaswerk is, naast de wijn zelf, een van de belangrijkste dingen in mijn werk. Het juiste glas kan een wijn net dat laatste zetje beleving geven van fantastisch naar fenomenaal.Een wijn optimaal beleven hangt samen met de kleinste details. En dat geldt niet alleen voor de prijzige wijnen, alle wijnen worden beter in het juiste glas!

Als sommelier heb je nog een lastige taak qua glaswerk; er zijn zoveel mooie merken. Bijvoorbeeld Spiegelau, Schott Zwiesel, Zalto en Riedel. Allemaal met een eigen perceptie en eigen filosofie, variërend van  €4,- tot €100,- per glas.

Maar wat is nou de beste keuze voor thuisgebruik? Dat hangt helemaal af van wat je wilt bereiken met je glaswerk en welke  wijnen je drinkt. Belangrijk is te weten wat welk glas met welke wijn of liever, welke stijl van wijn doet. Hieronder help ik je met de juiste glaskeuze bij de verschillende wijntypes:


Frisse witte wijnen

Wijnen die van zichzelf veel zuren hebben, neem bijvoorbeeld een jonge Riesling of Sauvignon blanc, wil je niet laten ‘landen’ in het deel van je mond waar je de meeste zuren proeft! (aan de zijkant van je tong) Hierdoor zal de wijn hoofdzakelijk zuur overkomen. Wanneer je ervoor zorgt dat de wijn op het puntje van je tong (=zoet) landt, zul je de wijn veel harmonieuzer beleven.

Dit kun je bereiken door een smal recht glas te kiezen (1). Hierdoor hoef je je hoofd niet naar achter te kantelen tijdens het drinken, maar kun je door het glas te bewegen de wijn direct op het puntje van je tong laten landen. Hierdoor proef je dus eerst de aanwezige zoete/rijpe elementen in de wijn en vervolgens pas de zuren/frisheid. De rijke aroma’s van deze frisse witte wijnen blijven in een smaller glas beter ‘gevangen’ zodat je deze makkelijker waarneemt; zoals de wijnmaker het bedoeld heeft.


Volle (houtgerijpte) witte wijnen

Drink je een wijn die iets minder zuren heeft, neem bijvoorbeeld hout gelagerde Chardonnay. Kies dan voor een ruim bolvormig glas (2). Bij dit glas moet je je hoofd meer naar achter bewegen om de wijn te kunnen ontvangen. Hierdoor neemt je tong in je mond een andere positie aan, dat is tegen het morsen. Door deze handelingen glijdt de wijn niet direct naar het puntje van je tong maar meer naar de zijkanten. Hierdoor neem je dus eerst de weinige zuren in de wijn waar om vervolgens naar de rijkdom en dikheid te gaan. Deze volle witte wijnen hebben vaak subtiele aroma’s die in een ruim bolvormig glas beter de kans krijgen om zich te ontplooien. Je zult merken dat je geuren ontdekt die er eerst ‘niet waren’!


Volle (robuuste) rode wijnen

Als we het over rood hebben is het weer een ander verhaal. Bij klassieke Bordeaux hebben we een Bordeaux glas (3). Dit glas is vaak wat groter, om de aroma’s goed tot zijn recht te laten komen. Het glas lijkt redelijk veel op het glas dat we bij de frisse witte wijnen gebruiken maar dan groter en met een dikkere buik. Om te drinken maak je lichte beweging met je hoofd en een lichte beweging met de hand. Een soort gulden middenweg. Door dit glas landt de wijn meer in het midden van je mond. Hierdoor prikkelt de wijn een groot deel van alle smaakpapillen tegelijk.. Dat is een van de redenen waardoor de wijn ‘mondvullend’, ‘vol’ en ‘gebalanceerd’ kan smaken.


Lichte (fruitige) rode wijnen

Kies je voor een iets lichtere rode wijn, zoals Pinot Noir, kies dan voor het bolvormige glas (2) zoals we ook doen bij volle witte wijnen. In mijn vorige blog, over serveertemperatuur, heb ik uitgelegd dat we deze wijnen iets meer koelen. De fruitaroma’s komen dan toch mooi tot ontwikkeling in het ruime glas.


Mousserende wijnen

Bij Mousserende wijnen hebben wij Nederlanders het vaak helemaal bij het verkeerde eind. Wij hebben snel de neiging om een mooie mousserende wijn op te sluiten in die vreselijke flûtes. Probeer die bubbel eens uit het glas voor de frissere witte wijnen (1), zo’n wijn gaat daardoor veel eleganter smaken. In een flûte is de bubbel lang onderweg naar boven. Hij mag dan onderin het glas klein beginnen maar zodra hij boven is, is hij vele malen groter. Hierdoor komt hij dus ook grover over in je mond. In een wijnglas is die weg veel korter, iedere bubbel knapt er van op! Mocht je nou echt serieuze en rijke Champagnes gaan drinken durf dan gewoon een glas te pakken voor hout gelagerde wijnen.
 


Bij Inter Scaldes hebben we voor wel acht wijntypes verschillend glaswerk. Het is natuurlijk heel begrijpelijk dat dit thuis niet haalbaar is. Bij mijn ouders heb ik dus bovenstaande 3 type glazen neergezet. In de praktijk weet ik van mezelf dat ik met deze drie verschillende type glazen van bijna alle wijnen optimaal kan genieten. En als er eens een glas sneuvelt denk ik aan al die mooie wijnmomenten die we samen hebben gehad. Scherven brengen dus geluk…


Heb je vragen over dit blog of over wijn-spijs? Mail mij gerust op koen@wijnig.nl

Reacties

  1. Koen van der Plas Koen van der Plas

    Hoi Carla,

    Een coupe is inderdaad een sfeermaker, en voor mij beter dan de Hollandse flûte...
    Omdat een coupe juist in de breedte gaat, en niet meer taps terugloopt is het helaas minder bevorderlijk voor de wijn. Aan de andere kant, in een coupe gaat zo weinig wijn, dat hij met 2 slokken leeg is. Dus de kans om de bubbel te verliezen krijgt hij bij mij niet snel!

    Groetjes Koen.

  2. Carla van Schelven Carla van Schelven

    Mooi blog weer Koen. Ik moet wel even kwijt dat ik champagne het allerliefst uit zo'n ouderwetse coupe drink. Of het werkelijk de smaak ten goede komt weet ik niet, maar ik vind het gevoel zo ontzettend leuk ;-)

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden